Bij het inrichten of verbouwen van een woning wordt de keuze voor een binnendeur vaak pas laat gemaakt, terwijl het deurtype juist bepaalt hoeveel ruimte een deur inneemt en hoe een doorgang aanvoelt. Een scharnierdeur werkt anders dan een schuifdeur, en een deur die naar twee kanten opendraait vraagt weer andere afmetingen dan een deur die over het kozijn heen valt. Dit overzicht zet de belangrijkste deurtypen op een rij en laat zien welke ruimte-indeling daar het beste bij past.
De scharnierdeur is het meest gebruikte deurtype: hij is bevestigd aan het kozijn en draait aan één kant open, meestal naar één richting. Dit type is eenvoudig te plaatsen en werkt goed in vrijwel elke ruimte, maar vraagt wel een vrije draaicirkel aan de kant waar de deur opent. In kleinere ruimtes, zoals een smalle gang of een badkamer, kan die draaicirkel juist een beperking zijn, waardoor meubels of sanitair op een specifieke plek moeten staan om de deur niet in de weg te laten lopen. Voor een reguliere kamer met voldoende vrije wandruimte is dit type meestal de meest voor de hand liggende keuze, ook omdat het qua bevestiging het minst ingrijpend is. Bij vervanging van een bestaande deur past een scharnierdeur bovendien vaak in dezelfde sponning, waardoor er weinig aan het kozijn zelf hoeft te veranderen.
Een schuifdeur hangt aan een railsysteem, bevestigd aan het plafond of aan de muur, en schuift daardoor langs de wand in plaats van de ruimte in te draaien. Dat maakt dit type geschikt voor ruimtes waar geen draaicirkel beschikbaar is, bijvoorbeeld bij een inloopkast, een kleine slaapkamer of een badkamer met weinig vloeroppervlak. Aluminium binnendeuren als schuifdeur worden ook vaak toegepast als scheidingswand tussen twee ruimtes die soms open en soms gesloten moeten kunnen zijn, zoals tussen een woonkamer en een werkkamer. Een aandachtspunt bij dit type is wel dat er voldoende vrije wandlengte naast de opening nodig is om de deur helemaal weg te kunnen schuiven, en dat die wand vrij van stopcontacten of schakelaars moet blijven. In een verbouwing is dit daarom een van de eerste dingen om na te gaan, voordat leidingen of meubels ergens anders al vastliggen.
Een taatsdeur draait niet om scharnieren aan een kozijn, maar om een verticale as die in de vloer en het plafond is bevestigd. Daardoor kan de deur naar twee kanten open, wat handig is bij een doorgang die vanuit beide richtingen gebruikt wordt, en is er vaak geen zichtbaar kozijn nodig. Een opdekdeur valt deels over het kozijn heen en wordt vaak gekozen bij vervanging van een bestaande deur, omdat de sponning dan niet aangepast hoeft te worden. Dat maakt dit type praktisch bij een renovatie waarbij de rest van de kozijnen blijft staan en er weinig bouwkundig aangepast hoeft te worden aan de opening zelf. Zo kan een verouderde deur vervangen worden zonder dat de omliggende wand of het stucwerk beschadigd raakt.
Welk deurtype het beste past, hangt sterk af van de beschikbare ruimte en het gebruik van het vertrek. Voor een kleine ruimte met weinig vrije wandruimte is een taatsdeur of scharnierdeur vaak logischer dan een schuifdeur die een lange rechte wand nodig heeft. Voor een open verbinding tussen bijvoorbeeld een hal en een woonkamer kan juist een schuifdeur handig zijn, omdat die volledig open kan blijven staan zonder ruimte in te nemen. Bij twijfel is het verstandig om de indeling van de ruimte eerst op schaal te bekijken voordat een deurtype definitief wordt vastgelegd, zodat er geen verrassingen ontstaan zodra de deur er eenmaal hangt. Ook loont het om na te denken over hoe vaak een deur per dag gebruikt gaat worden, want dat maakt voor het comfort van bedienen meer verschil dan vooraf vaak wordt gedacht. Aluwdoors deuren zijn in al deze uitvoeringen leverbaar, zodat het deurtype op de indeling wordt afgestemd en niet andersom.